Foto: Michael Floor

Simone Ritter

Wetenschapper

Wil je het interview meteen beluisteren? Het staat onderaan deze pagina in de Soundcloud-embed (of op jouw favoriete podcastplatform).

Dit interview is een iets ander soort interview dan jullie gewend zijn op dit platform. Het is namelijk een soort meta-interview; een interview dat creativiteit en succes beschouwt vanuit de wetenschap. De reden dat ik de ‘creative achiever’ vanuit een wat meer wetenschappelijke hoek wilde bekijken, is dat individuele interviews natuurlijk nogal anekdotisch’ zijn en dus niet per se iets zeggen over de fundamentele karakteristieken van een creative achiever.

Simone Ritter is de ideale gast om daar iets zinnigs over te zeggen, omdat zij zich zowel wetenschappelijk heeft verdiept in creativiteit als innovatie. Simone studeerde architectuur in Karlsruhe, maar maakte al snel een switch naar psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daar promoveerde ze in 2012 op de psychologie van creativiteit – meer precies het belang van intuïtie in het creatieve proces. Ze werd er Assistent Professor Creativity and Behavioral Change. Vorig jaar werd ze binnen dezelfde universiteit Associate Professor of Marketing of Innovation. En op dit moment is ze bezig met ‘innovation resistance’ bij consumenten.

Simone begint het interview over haar eigen creativiteit. “Little c creativity”, zoals ze dat noemt, en wat in de wetenschap verwijst naar persoonlijke creativiteit, in plaats van creativiteit die de wereld verandert; ‘big C creativity’. Ze kookt graag, doet aan beeldhouwen en brons gieten en speelt piano. Ook studeerde ze architectuur – een creatief beroep – maar de nadruk er te veel op het bouwkundige aspect en minder op de mens, waarvoor je uiteindelijk bouwt. Daarom maakte ze de switch naar psychologie.

Haar promotie ging over de vraag of je je intuïtie kunt vertrouwen in het creatieve proces. Het antwoord daarop is ‘ja’, zo vertelt ze. Mits je er de tijd voor neemt en gebruik maakt van de ‘incubatie-tijd’ (de periode dat je onderbewust brein doorbroedt op een creatieve vraagstelling). Je komt dan tot betere ideeën stelt ze. Daarnaast, zo vult ze aan, helpt je intuïtie bij het leggen van verbanden die je eerder niet zag.

We hebben het vervolgens over het feit dat de meeste mensen niet zo goed zijn in het beste idee uitkiezen, als ze meerdere creatieve ideeën hebben bedacht. En dat geldt vooral binnen grote, logge organisaties. Ze vertelt dat ze soms brainstorms leidt waar hele goeie ideeën uitkomen, maar dat als puntje bij paaltje komt, men kiest voor het meest voor de hand liggende idee – het idee waar “de buurvrouw ook mee was gekomen”. Dat heeft er vooral mee te maken dat grote organisaties geen risico durven te nemen.

We hebben het ook over de weerstand tegen innovatie. Oftewel; een voorkeur voor de status quo. Alleen als consumenten een concrete behoefte hebben om te veranderen, dan veranderen ze ook. Als consumenten de verandering niet kunnen overzien, dan gaan ze, zo legt Simone uit, in de weerstand. Wat Simone opvallend vindt, is dat marketing heel veel bezig is met innovation ‘adoption’, maar weinig met de weerstand bij de grootste groep consumenten. Daarom wil Simone meer onderzoek doen naar de verschillende vormen van weerstand.

We hebben het ook over hoe het veranderen van fysieke ruimtes en routines bij mensen creativiteit kan stimuleren. Het is daarom zeker nuttig om mensen uit hun vertrouwde omgeving te halen bij brainstorms of zogenaamde heidagen. Niet alleen vanwege de andere fysieke omgeving en routine, maar ook vanwege de hiërarchische structuren waarmee men de vertrouwde omgeving associeert.

We hebben het ook over het verschil tussen ideeën die door een aha-moment ontstaan en het gewoon stug doorwerken, wat Simone het Edison-voorbeeld noemt, omdat Edison middels een eindeloos proces van trial-and-error de gloeilamp tot een succesvol product maakte. Ironisch, overigens, omdat het peertje het symbool is geworden van het aha-moment. Over dat aha-moment gesproken; Simone vertelt dat het aha-moment sowieso een beetje geromantiseerd wordt, omdat er heel vaak groepsprocessen aan ten grondslag liggen, in plaats van één individu met een goed idee.

We hebben het verder nog over innovatie in het onderwijs (of eigenlijk het gebrek daaraan), over de openheid voor nieuwe ervaringen als typische eigenschap van een creative achiever (‘openness to experience’), over het feit dat íedereen creatief is (in meer of mindere mate), over het ‘verkopen’ van je idee en over nog veel meer.

Luister het hele interview hieronder of op het podcastplatform van jouw voorkeur (zie o.a. icoontjes onderaan). Of lees het samenvattende artikel in de Adformatie van deze maand.